Kennisbank Militair Recht


Raad voor de Kinderbescherming aan het prutsen

Naast militair recht doe ik ook jeugdrecht. In dit geval jeugd strafrecht. Daarbij krijg je vaak te maken met de Raad voor de kinderbescherming, en dat zijn niet altijd positieve ervaringen. In dit geval koos de Raad voor de kinderbescherming zonder gedegen onderzoek te doen, eigenlijk blind, de kant van de moeder. Daardoor werd de jongen waarom het ging, we noemen hem “Joost”, ernstig in zijn belangen geschaad.

Joost was een jongen van 17, die ik ontmoette in de politiecel. Hij was aangehouden voor mishandeling van zijn moeder en zou daarover enige momenten later verhoord gaan worden door de politie.  

Joost zijn ouders waren al een jaar of tien gescheiden. Hij woonde samen met zijn zusje bij zijn moeder en ging om het weekend naar zijn vader. Zijn moeder was streng. Als hij klaagde dat hij stress op school had omdat hij gepest werd, beet z’n moeder hem toe ‘kan niet want kinderen hebben geen stress’. Ook over andere emoties kon Joost niet met z’n moeder praten.

Eigenlijk vertrouwde Joost zijn moeder al van kinds af aan niet meer, omdat ze afspraken niet nakwam en omdat hij zich emotioneel niet veilig bij haar voelde. Alleen als kind kon hij dat niet onder woorden brengen. Sinds zijn 14e sprak hij uit dat hij bij zijn vader wilde wonen, maar daar stak moeder altijd een stokje voor.

Doordat Joost zich thuis niet veilig voelde, sliep hij slecht. Geregeld viel hij pas om drie of vier uur ’s nachts in slaap. Ook in de gevallen dat hij ’s ochtend geen school had, vond z’n moeder dat hij dan toch op tijd moest opstaan. Volgens haar was dat de manier om in het juiste ritme te komen. Zij maakte Joost dus ’s ochtends altijd wakker. Ook als hij net een paar uur sliep en de ochtend vrij had.

Op een dag was Joost doorweekt en koud thuisgekomen uit school, omdat hij door de regen terug naar huis was gefietst. Hij was moe want die nacht had hij wederom kort geslapen en die ochtend had zijn moeder hem weer eens bruusk gewekt. Hij nam een warme douche, trok droge kleren aan en ging op bed liggen. Op een gegeven moment hoorde hij de voordeur. Zijn moeder kwam thuis van haar parttime baan. Een paar seconden later opende ze zijn slaapkamerdeur met een ruk en beet hem toe ‘waarom heb je de afwas niet gedaan?!’ Kennelijk had ze Joost via whatsapp verteld dat hij de afwas moest doen. Joost had dat niet gezien.

Joost stond op en liep naar de keuken, want hij wist dat tegenstribbelen haar humeur nog verder zou verpesten. Wel vroeg hij aan haar waarom ze het zelf niet kon doen, als ze er nu toch was. Zijn moeder werd boos en riep iets kwetsends tegen hem. Joost probeerde rustig te blijven en vroeg ‘mam waarom word je nou boos, we kunnen toch gewoon praten?’ Z’n moeder zei dat hij zich niet zo moest aanstellen en gewoon moest afwassen. Ze deed het voor, zei ‘kijk zo moeilijk is het allemaal niet’, waste een bord af en zette het in het keukenkastje boven Joost zijn hoofd. Daarbij raakte het bord zijn hoofd. Joost denkt dat zij dat expres deed. Moeder ontkent het.

Hoe het ook zij, op dat moment knapte er iets in Joost. Zijn hele leven had hij al het gevoel dat zijn moeder niet van hem hield. Dit incident was de druppel die zijn emmer naar 17 jaar deed overlopen. Hij pakte een kom en gooide die tegen de muur. Zijn moeder riep ‘ga uit mijn ogen! Verdwijn!’ Dat was olie op het vuur. Joost pakte een boord en gooide het richting haar. Het kwam tegen de vloer in de buurt van haar voeten. Moeder schreeuwde nog iets naar hem, waarna hij een mok naar haar hoofd gooide. Het kwam terecht op haar behaarde hoofdhuid en zorgde voor een lelijke snee. Die begon te bloeden, moeder begon te krijsen, zusje kwam kijken en belde 112.

In deze zaak werd Veilig Thuis betrokken, en iedereen was het erover eens dat Joost voortaan bij zijn vader zou wonen. Omdat het feit als mishandeling vervolgd werd en Joost nog minderjarig was, werd ook de Raad voor de Kinderbescherming betrokken. De Raad voor de Kinderbescherming moet onderzoek doen naar de situatie van de jongere en adviseren over wat voor straf, of misschien behandeling, passend zou zijn om herhaling te voorkomen.

Een week voorafgaand aan de strafrechtelijke behandeling kregen Joost en ik eindelijk het onderzoeksrapport van de Raad voor de Kinderbescherming onder ogen, met de vraag of wij nog op- of aanmerkingen hadden. Het was een rapport van 30 pagina’s, dus het analyseren daarvan en vervolgens afstemmen met Joost – en zijn vader – was in die beperkte tijd eigenlijk onmogelijk. Zeker omdat het rapport volledig gebaseerd was op het verhaal van moeder en Joost zelf eigenlijk nauwelijks door de Raad voor de Kinderbescherming gehoord was. Daardoor kwam het perspectief van Joost helemaal niet terug in het rapport. Laat staan dat van vader Er was dus heel veel werk aan de winkel.

Bovendien stonden er allerlei grove onwaarheden in het rapport. Bijvoorbeeld dat hij seksueel misbruikt zou zijn (wat niet het geval was), dat hij in het verleden vaak gevaarlijke dingen gedaan had (wat niet het geval was) en dat hij opkeek tegen jongeren met antiscoiaal gedrag (wat niet het geval was). Er waren allerlei zaken opgenomen die helemaal niet over Joost leken te gaan. Het wekte de indruk dat de rapporteur van de Raad voor de Kinderbescherming gewoon had geknipt en geplakt uit een ander rapport.

Zoals gezegd was daarbovenop ook nog eens het perspectief van moeder volledig als waarheid aangenomen. Vader had een hele andere kijk op het verhaal, maar met zijn zienswijze werd nauwelijks iets gedaan. En áls de rapporteur er al iets over had opgeschreven, dan was het in de zin dat vader ‘bagatelliseerde’, ‘beweerde’ en overdreef. Heel bizar om te lezen. Moeders zienswijze werd opgeschreven alsof het de waarheid was, vaders zienswijze werd afgedaan als lariekoek, en wat Joost zelf te zeggen had kwam niet terug in het rapport.

Dat laatste was ook niet vreemd, want de rapporteur heeft nauwelijks moeite gedaan om Joost zelf te spreken. Toch stond er geschreven “Door onze gesprekken heb ik een goed beeld gekregen hoe het met je gaat”. En per slot van rekening had de rapporteur zich gebaseerd op alleenstaande zinnen uit losse blaadjes uit documenten over Joost. Die documenten waren minimaal 5 jaar oud, maar de meesten waren ouder. De rapporteur had bovendien niet eens de moeite genomen die rapporten in z’n geheel te lezen maar had volstaan met alleen de losse blaadjes daaruit die haar door moeder aangeleverd waren. Moeder is natuurlijk selectief geweest in de informatie die ze aanleverde, en de rapporteur heeft niet eens doorgevraagd. Zo heeft ze zich gebaseerd op losse flarden zonder de context daarvan überhaupt in overweging te nemen.  Verschrikkelijk.

Het problematische daaraan was dat het rapport, op basis van de (spook)verhalen van moeder, heel erg benadrukte dat er van alles met Joost mis zou zijn. Hij zou agressieproblemen hebben, hij zou problemen met emotieregulatie hebben, hij zou snel overprikkeld zijn en hij zou een zorgelijk grote behoefte hebben aan structuur en voorspelbaarheid en regelmaat. Door dat verhaal te schetsen op basis van de niet- of nauwelijks onderbouwde zienswijze van moeder, en door het te baseren op losse zinnetjes uit selectieve informatie, werd vervolgens toegeschreven naar de conclusie dat Joost dringend behandeling nodig had voor zijn gedragsproblemen. Dit terwijl als je de tijd nam om met Joost te praten – en vooral, naar hem te luisteren – je al vrij snel merkte dat hij geen gedragsproblemen had maar dat zijn tirannieke moeder het probleem was.

Uiteindelijk ben ik twee weekenddagen bezig geweest om het rapport te analyseren, zo goed mogelijk aan te geven welke fouten er allemaal in zaten, en duidelijk te maken op welke punten de zienswijze van moeder voor waarheid was opgeschreven zonder dat daarbij geverifieerd was of wat zij te vertellen had wel klopte. Ook hebben we heel duidelijk het perspectief van vader op de zaak weergegeven, evenals Joost zijn kijk op het verhaal.

Het mocht niet baten. Tot mijn schrik kregen we twee dagen later het aangepaste rapport van de Raad voor de kinderbescherming terug. Er waren weliswaar wat dingen in genuanceerd, en alle echt hele grote fouten waren er uitgehaald, maar de conclusies waren nog precies hetzelfde. Oftewel, duidelijk werd dat vanaf het begin al naar de conclusie toegeschreven was en dat daar goedschiks of kwaadschiks aan vastgehouden zou worden: Joost heeft allerlei problemen, en daarom heeft hij behandeling nodig.

Hoe Joost het zelf zag was simpel: Hij is 17 jaar lang gebukt gegaan onder de liefdeloze opvoedstijl van een autoritaire moeder, en is uiteindelijk geknapt. Sinds hij bij zijn vader woonde voelde hij zich stukken beter. Daar kon hij wel over zijn emoties praten, werd er geluisterd naar wat hij te zeggen had, en voelde hij zich eindelijk veilig. Dat is belangrijk omdat op basis van valse aannames hem diagnose en behandeling aanpraten, er alleen maar toe zou leiden dat hij zich wederom niet gehoord zou voelen. Dat zou hem nog veel meer pijn doen en nog veel meer van zijn moeder afdrijven, wat het risico op ouderverstoting aanzienlijk zou vergroten.  

Tijdens de zitting werd mijn uitleg over hoe Joost tot zijn daad was gekomen netjes aangehoord. Opvallend was dat daarover aan Joost wederom nauwelijks iets werd gevraagd. Ook werd er keurig naar mijn pleidooi over het broddelwerk van de Raad voor de kinderbescherming geluisterd. Men deed er echter niks mee. Alhoewel ik op allerlei manieren kon aantonen dat de Raad voor de kinderbescherming er in haar rapportage een potje van had gemaakt, werd hun advies klakkeloos gevolgd. Zij zijn immers de professionals. Ondanks dat het Joost alleen maar meer zou schaden, werd hem jeugdreclassering en behandeling opgelegd.

Na de zitting heeft Joost minutenlang staan huilen in de armen van zijn vader. Hij voelde zich, wederom, uitgespeeld en uitgekleed door zijn moeder. Omdat de uitspraak hem zo veel pijn deed zijn we in beroep.

Doordat we het rapport pas een week voor de zitting ontvingen, had ik geen tijd een klacht in te dienen tegen de rapporteur van de Raad. Inmiddels is dat wel gebeurd. Ik zal zorgen dat die klacht wordt behandeld voordat het beroep plaatsvind. Ik ga er vanuit dat onze klacht de rapporteur gegrond verklaard zal worden, want het is onmiskenbaar dat zij zich er met een Jantje van Leiden van heeft afgemaakt. Hopelijk zal de gegronde klacht de rechters overtuigen dat de Raad voor de kinderbescherming in deze niet gevolgd moet worden. Joost heeft geen behandeling nodig. Geef hem een voorwaardelijke straf, zodat hij kan bewijzen dat er van hem geen gevaar uitgaat. Hij is alleen geëxplodeerd na een leven lang getergd te zijn. Bij wie zou dat niet gebeuren?