De situatie
Een militair vroeg mijn hulp omdat hij ontevreden was met zijn functie. Hij had een loopbaangesprek gehad met P&O. Toch was hem zonder overleg, dus directief, een functie toegewezen. Het was een van de zwaarste militaire functies die niet goed bij hem paste, omdat hij al jaren medische problemen had.
De loopbaanbegeleider had hem tijdens het loopbaangesprek drie functies voorgelegd. Toen de militair aan de loopbaanbegeleider vroeg naar het operationeel jaarplan (OJP) van die drie functies, kreeg hij daarop geen antwoord. Dat wist de loopbaanbegeleider niet. Ook toen de militair vroeg wat de verschillen tussen de functies waren, kreeg hij geen duidelijk antwoord. De loopbaanbegeleider wist eigenlijk vrijwel niks te vertellen, anders dan ‘dit zijn de functies waar je uit kan kiezen’.
De militair vroeg even bedenktijd, wat akkoord was. Maar toen hij twee weken later weer in de lucht kwam, was er nog maar één van die drie functies beschikbaar. Oftewel, vanuit loopbaanbegeleiding moest en zou het nu de functie worden waar mijn cliënt het meeste moeite mee had – ondanks dat er bedenktijd overeengekomen was. Daarom wilde deze militair in bezwaar tegen de toegewezen functie.
Wat je hier duidelijk ziet is dat een loopbaangesprek vaan helemaal geen loopbaangesprek is. Loopbaanbegeleiders moeten met militairen praten om te kijken wat zij willen, en helpen zoeken of daar mogelijkheden voor zijn. In plaats daarvan handelen ze niet zelden vanuit een autoritaire machtspositie, omdat ze weten dat het heel moeilijk is om je recht tegen hun beslissingen te halen. En dat klopt, het is ook moeilijk. Moeilijk, maar niet onmogelijk. Zeker niet met de juiste juridische hulp. Je moet alleen wel bereid zijn om de strijd aan te gaan, want het zal je tijdens het bezwaar moeilijk gemaakt worden. Een goeie advocaat heeft echter genoeg tools in de toolbox om het de organisatie nog moeilijker te maken.
De regels
De regels voor een loopbaangesprek en voor functietoewijzing staan genoemd in het Algemeen militair ambtenarenreglement (Amar). Zo staat in artikel 20 van het Amar dat bij de beslissing tot functietoewijzing rekening wordt gehouden met de voorkeur van de militair.
In dit geval dacht de loopbaanbegeleider dat die regel niet gold. En dat heb ik vaker gemerkt. Zeker bij infanterie eenheden heerst er een directieve cultuur, maar dat betekent niet dat het Amar niet geldt. Ook bij luchtmobiel of bij de mariniers moet er rekening worden gehouden met wat de militair zelf eigenlijk wil. De functie van een loopbaanbegeleider is nou juist om daar werk van te maken.
Daarnaast geldt de noodzaak van een voortdurende taakvervulling door de krijgsmacht en in samenhang daarmee van een zo goed en tijdig mogelijke bezetting van alle functies. Dat betekent eigenlijk dat de krijgsmacht wel moet kunnen functioneren. Als er functies leeg zijn die bezet móeten worden, dan heeft dat voorrang.
Die noodzakelijkheid wordt vaak van stal gehaald als argument. Maar een loopbaanbegeleider of functietoewijzer kan niet zomaar uit de losse pols roepen dat het noodzakelijk is dat een bepaalde functie vervuld wordt. “Noodzaak” betekent dat het ook echt nodig is. Dat moet beargumenteerd kunnen worden.
Verder horen tijdens een loopbaangesprek een aantal zaken aan de orde te komen. Dat staat in het Amar. Het gaat om:
– de loopbaanwensen van de militair;
– de kansen en mogelijkheden binnen het door hem gevolgde loopbaanpad;
– de kansen en mogelijkheden bij het mogelijk wijzigen van het loopbaanpad;
– de ontwikkelpunten inzake kennis, ervaring en competenties, gericht op het vervolg van de loopbaan.
Het bezwaar
Het komt geregeld voor dat een loopbaanbegeleider de loopbaanwensen van de militair, of de kansen en mogelijkheden binnen het door hem gevolgde loopbaanpad, et cetera, tijdens het loopbaangesprek helemaal niet bespreekt. Ook in het geval van deze militair. De loopbaanbegeleider claimde echter dat het wél besproken was. Toen hebben we om het gespreksverslag gevraagd. Dat was er niet.
Dit hebben we als argument gebruikt om in bezwaar te gaan tegen de toewijzing van de functie bij deze militair. Daarnaast hebben we gesteld dat het functietoewijzingsbesluit onvoldoende gemotiveerd was. Dat betekent dat het niet goed onderbouwd was. Dit omdat
– er helemaal geen belangenafweging had plaatsgevonden;
– wat deze militair zelf wilde niet was meegenomen;
– hij niet eens de mogelijkheid gekregen had om aan te geven wat zijn loopbaanwensen waren;
– het begrip “noodzaak” weer als toverwoord van stal was gehaald, zonder dat het was onderbouwd.
Waar ‘de baas’ in dat soort situaties voor moet oppassen, is dat er tijdens het bezwaar geen arbeidsconflict ontstaat. Dat is hier uiteindelijk ook gebeurd. Een arbeidsconflict komt (meestal) doordat een militair zich zo slecht voelt op zijn functie, dat hij daar ziek door wordt. Of in ieder geval ziekteverschijnselen krijgt. Denk bijvoorbeeld aan hoofdpijn, slecht slapen, stress en andere spanningsklachten. Als dat heel erg wordt, kan het zijn dat een militair zich ziek meldt. En dan zit de baas met een probleem. Ook op dat risico hebben we gewezen in het bezwaar.
In eerste instantie werd er op allerlei manieren druk op mijn cliënt uitgeoefend. Hij werd meerdere malen op het matje geroepen en kreeg dan de wind van voren. Dat waren pittige gesprekken maar hij heeft stand gehouden. Vervolgens kwam de fase van goedbedoelde adviezen. Verschillende ‘vaderfiguren’ uit de organisatie namen contact met hem op omdat ze toevallig gehoord hadden dat er iets speelde. Zij adviseerden hem dat hij maar beter zus en zo kon doen. Ook daarin heeft hij stand gehouden. Daardoor werd het de organisatie duidelijk dat het hem echt menens was, en toen kon hij binnen twee weken ineens naar een andere functie. Het laat maar zien, waar een wil is is een weg.
